Mixing en effecten

EQ

Equalisation, kortweg eq, is je belangrijkste effect. Zowel bij sounddesign als bij mixen is het nodig de juiste frequenties te beklemtonen, en nog belangrijker, de juiste frequenties weg te laten. Enkele zaken waarvoor we EQ gebruiken:

– Highpassen. Op elk spoor, buiten de bass en de kick, ga je de lage frequenties moeten weghalen. Dit doe je met een highpassfilter. Hoe lager op de frequentieschaal je gaat, hoe minder er aanwezig mag zijn. Zo mag er onder de 100 hz, bijvoorbeeld, bij je sub, maar één element tegelijk aanwezig zijn. Vandaar dat producers zo hun best doen om goed te sidechainen. Als je in deze frequentiegebieden twee bassen tegelijk laat doorkomen, is het bye bye headroom.

Een goede truc is om een eq met analyser op je masterchannel te zetten, je bassen en kick te muten, en dan te checken of één van
je instrumenten toch nog lage frequenties doorlaat.

Je leert ook enorm veel door tracks die je tof vindt te lowpassen. Zo hoor je beter hoe de bass van je favoriete tracks in elkaar zitten. Let wel op: die gelowpasste tracks harder klinken dan 0db, ook al komt je originele track niet hoger dan 0db. Don’t ask us why, it’s just so. Zet daarom je volume altijd een tikkeltje zachter. Probeer dat volume in je bass ook niet te evenaren tijdens het lowpassen, altijd luisteren naar de track in z’n geheel en in balans.

– Peak taming. Het temmen van peaks, ook wel resonant spikes genoemd. Elke ‘spike’ die op je frequency analyzer boven de rest uitsteekt, draagt bij aan het karakter van je sound. Sommige peaks maken het karakter echter te grillig, en bovendien kunnen er in bepaalde frequentiegebieden te veel spikes voorkomen, wat je sound niet ten goede komt. Een goede werkwijze is om bij een sound na te gaan waar de spikes zitten, en met een paar narrow cuts (zie foto) te kijken of je sound verbetert als je ze naar beneden haalt. Vooral rond de 7000 hz zitten er vaak te resonante pieken. Je zou een balans moeten vinden tussen karaktervol
(veel spikes) en ‘clean’ (weinig spikes).

Vooral bij drumsounds is deze techniek handig, omdat ze meestal niet van toonhoogte veranderen en je zo altijd dezelfde frequenties kan temmen. Bij melodische instrumenten is het al moeilijker om peaks te temmen, omdat die veranderen wanneer het instrument van toonhoogte verandert. Er bestaan plugins die zonder moeite alle peaks automatisch temmen, zoals ‘Soothe’ van Oeksound.

Compressie

Laat er nu geen onderwerp zijn in de wereld van producers waar zoveel over geschreven is als over compressie. Je zou voor minder het bos door de bomen niet meer zien. Komt daar nog bij dat sommige compressors ook limitten of clippen, satureren, …

Vooral in de rockwereld zijn compressors heel populair. Elk instrument, inclusief zang, wordt gecompresseerd. Compressen betekent letterlijk ‘samendrukken’, en dat is ook wat er gebeurt met je sound. Het verschil tussen de luidste en het zachtste moment van je sound wordt kleiner.

Een extreem voorbeeld:

Drumloop voor compressie:

Diezelfde loop na compressie:

We shit you not. Die tweede is echt dezelfde loop, maar dan mét hevige compressie. Dit voorbeeld bereik je door een hoge ratio, een lage treshold, praktisch geen attack en release, en flink wat make-up gain, want op die manier blijft er niet veel volume over. Je kan het niet zien, maar het klinkt extreem bagger. Al het leven is uit zo’n drumloop gezogen.

Op zich is het vreemd dat het geluid wordt platgedrukt en het uiteindelijk toch harder of agressiever klinkt dan het origineel. Dat komt natuurlijk door de make-up gain. Op zich dient compressie om de pieken in loops en dergelijke te temmen. Vandaar dat de
rockwereld ook zo dankbaar gebruik maakt van compressors. Geen enkele drummer slaat altijd precies even hard op z’n snare. Geen enkele bassist slaat zijn snaren telkens precies even hard aan. Om die verschillen uit te vlakken, wordt de muziek achteraf vaak samengedrukt of ‘gecompressed’. De pieken worden zachter, en het geheel wordt daarna harder gezet door de make-up gain. Iedereen blij.

Aangezien compressie rommelt met je dynamisch bereik, kun je instrumenten veel krachter doen klinken. Hoe langer een instrument een hoog volume blijft aanhouden van bij het begin, des te agressiever zal het overkomen. Het gaat hier echt over milliseconden. Zo kan je het begin van een snare langer laten doorklinken (bijvoorbeeld dertig ipv vijftien milliseconden), en zal die van karakter veranderen.

In diezelfde rockwereld aanbidden producers compressors zoals de Teletronix LA-2A en de Urei 1176. Ze geven hun live ingespeelde / ingezongen sound een extra karakter. In de elektronische muziekwereld is de compressor als ‘samendrukker’ veel minder belangrijk. Vaak zijn onze instrumenten midi-instrumenten, zodat je je dynamiek zelf kan regelen met velocity of de envelopes in een synth of sampler. Ook het extra karakter dat de klassieke compressors onze muziek zouden moeten meegeven vervalt vaak in het niets door de shitload aan distortion die we over onze leads en drums heen gooien. We gebruiken hem veel meer voor de volgende zaken:

– Sidechaincompressie

– Parallelle compressie

– Multiband compressie

– Transient shaping

Sidechaincompressie

Verschillende compressors hebben een sidechain-ingang. Als je die activeert, dan ontvangt hij de audio van een andere track, en zal hij op basis daarvan het volume van je huidige track onderdrukken. Je kan zelf bepalen hoeveel. Elke DAW doet dit op zijn eigen manier, en het is een van de eerste dingen die je moet uitzoeken als je een nieuwe DAW probeert.

Dit is superhandig om te voorkomen dat er te veel bass op hetzelfde moment is. Je plaatst de compressor op je basstrack en sidechaint de kick. Telkens wanneer de kick komt, gaat het volume van je basstrack lager (of verdwijnt zelfs even) om plaats te maken voor de kick. Hoe snel dat gebeurt, hangt af van de attack die je instelt. Is de kick weer weg, dan komt je bassvolume terug. Hoe snel is afhankelijk van de releasetijd die je zelf instelt.

Het kan nog extremer. Bij hardhouse wordt doorgaans élk instrument met de kick gesidechaint. De kick is de baas. Op het moment dat de kick komt wordt elk ander instrument weggedrukt, zodat die kick loeihard kan doorkomen, want op die manier kan je je kick op 0db zetten. Luister maar eens:

http://www.youtube.com/watch?v=c6YK2ghtr2o&t=2m15s

Vooral de transient komt mooi door. Sidechaining kan ook als een instrument gebruikt worden,om zo een soort cadans te creëren.

http://www.youtube.com/watch?v=M3xfGMrXvYc&t=1m50s

In dit voorbeeld hoor je hoe de synth en de white noise altijd mooi op de tegentijd komen. Je kan dat natuurlijk instellen door de midi enkel op de tegentijden in te typen en je synth een attack mee te geven,maar dat gaat minder natuurlijk klinken.

Bij Drum and Bass en Dubstep worden vaak de kick én de snare gesidechaind met bijna alle andere instrumenten. Het ligt er maar aan welke drumsound je wilt benadrukken. Doordat het volume bij de andere instrumenten minder wordt, lijkt het op die manier of de drums wel heel dichtbij de luisteraar staan. Een psycho-akoestisch trucje!

Parallelle compressie

Een mix van je origineel signaal en het gecompresste signaal. Je gaat compleet loss met je compressor en mixt dat signaal maar een beetje in met het origineel. Op die manier verlies je de subtiliteiten van het origineel niet, maar kan je ook wat meer agressie toevoegen aan je sound. Vooral leuk bij drumloops.

Multibandcompressie

Wat te doen als je lagere frequencies zo pieken dat ze de compressor in werking zetten, lang voordat je hogere frequenties zoiets kunnen doen? In dat geval is er de multiband compressor. Verschillende frequentiegebieden worden apart gecompresst, zodat de luidere frequenties het niet bederven voor de rest. Je kiest meestal zelf ook nog eens de frequentiegebieden, zodat je je sound echt kan shapen.

Zulke compressorenplugins lijken vaak veel op eq’s, omdat hun presets bepaalde frequentiegebieden veel make-up gain gaan meegeven. Ga je dezelfde preset op te veel instrumenten gebruiken, dan ga je een build-up krijgen op bepaalde frequenties. Denk aan Soundgoodizer van FL Studio, in feite ook een multiband compressor, het kleine broertje van Maximus.

Sommige multibandcompressors, zoals het fantastische OTT van XFER, zijn ook multiband upward compressors, die je geluid harder maken door alles onder de treshold te verhogen, naast alles boven de treshold te verlagen. Dit knijpt je geluid echt samen. Je dynamiek verkleint drastisch, maar je muziek klinkt wel een stuk agressiever!

Transient shaping

Neem een snare met een zachte transient. Wat als de compressor het volume pas begint te verzachten NA de transient? Dan gaat die relatief luider klinken.

Een voorbeeld:

Voor compressie:

Na compressie:

De transient is hetzelfde gebleven, maar het vervolg van de snare valt eerder weg, het volume gaat sneller naar beneden. Dit zorgt voor een enorm verschil aan karakter. De snare klinkt minder ‘boers’, veel ‘snappier’. Probeer het zelf maar eens door eerst de treshold heel laag en de ratio heel hoog te zetten, waarna je de attack langzaam van 0 naar pakweg 50 draait en de sweet spot zoekt. Nu komt enkel de transient door, omdat de compressor vanwege de extreme settings de rest direct wegdrukt. Laat nu de treshold terug omhoogkomen en laat de ratio wat zakken, voor een lekkere balans. Of, laat de settings extreem staan en gebruik parallelle compressie.

Natuurlijk kan je dit effect ook bereiken door wat te spelen met de ADSR-enveloppe van je sampler, of beter nog, met een goede transient shaper. Later daarover meer.

Distortion

In feite is distortion veel te veel volume pompen in iets wat er niet voor gemaakt is. Daardoor overstuurt ie, en genereert hij ‘overtones’; ook wel ‘harmonics’ genoemd: extra spikes op je frequentie-analyser boven je origineel signaal, die er daarvoor nog niet waren, of die reeds bestaande spikes verhogen. Probeer het maar eens uit op een sine-wave, de enige geluidsbron met maar één spike. Zet er distortion op, en je ziet er meer, zoals gezegd boven je origineel signaal.

Welke overtones dat juist zijn, bepaalt het karakter van de distortion. Als een distortion een leuk wiskundig verband heeft met zijn bronsignaal, zal hij aangenaam klinken. Zo is er bijvoorbeeld distortion die overtones genereert op frequenties die precies het drievoud zijn van het bronsignaal. Er zijn echter ook distortionalgoritmes die meer willekeurige overtones creëren voor een harder, schriller geluid.

Distortion is populair geworden in de jaren ’70, toen men het op gitaar begon te gebruiken. Het transformeert immers een slap akkoordje van tussen de 500 en 1000 hz naar een scheurend geluid dat frequenties vult tot 15,000 hz! Echt waar, een elektrische gitaar zonder distortion (en zonder enige andere processing) klinkt als een bang tam beestje. Met distortion wordt het een nietsontziedende tijger.

Je kan hetzelfde effect krijgen bij synth-bassen en -leads. Vooral bij sounds met een fundamental (laagste spike) tussen de 500 en de 5000 hz, werkt distortion het beste. Je sound klinkt agressief en dichtbij, omdat er overtones bijkomen op de hogere frequenties, maar als luisteraar hoor je verdomd goed dat het nog om een ietwat lager brondgeluid gaat, dus klinkt het nog eens lekker donker ook. Let wel op dat je na je distortion altijd eq’t: je hebt niet alle overtones nodig! Sommige frequentiegebieden kunnen gerust een dipje gebruiken.

Een triangle (C3) zonder distortion:

Diezelfde triangle mét distortion:

In dit voorbeeld zie je een triangle met mooi de overtones van de fundamental op hun plaats. Op de tweede afbeelding is die lichtjes gewijzigd: de distortion accentueert de overtones: degene die het dichtste bij de fundamental staan krijgen een lichte boost, die uitdijt naar achteren. Dit kleine verschil zorgt echter voor een vrij drastisch toonverschil.

In feite zou je met een goede eq alle overtones van de originele triangle wave kunnen proberen te boosten om hetzelfde resultaat te bekomen:

Dit is echter onbegonnen werk, en als je van toon verandert verschuiven alle overtones en kan je opnieuw beginnen. Vandaar dat distortion een handig middel is om je overtones wat kracht bij te zetten zonder eq.

Producers gebruiken tegenwoordig op zowat alles distortion: op drums, bass, leads, … Hoe agressiever het genre, hoe meer distortion. Het is van groot belang dat je als producer hiermee blijft experimenteren. Doorgaans werkt tube distortion het beste op elektronische muziek, omdat dit een aantal aangename overtones genereert / stimuleert. Maar een beetje ruwere distortion door je track mixen heeft ook nog nooit iemand pijn gedaan – houd gewoon die mixknop goed in de gaten, want voor je het weet klinkt je track schel en pijnlijk. Daarom is het geen slecht idee om na je distortion te gaan eq’en. Laat ook op je volume: vaak brengt distortion een enorme boost in volume met zich mee, die je plugin niet compenseert. Dat moet je dus zelf doen door het volume terug op hetzelfde pijl als daarvoor te brengen, en de vraag is dan: is je geluid echt beter geworden, of klonk het enkel beter omwille van de volumeboost?

Clippers

Ooit geprobeerd om je tracks zo luid te krijgen als andere producers? Om je snare of je kick zo krachtig te laten klinken als Hardwell of Netsky? Welkom in de wereld van clippers, plugins die je golfvorm afsnijden in plaats van, zoals compressors of limiters, je volume in z’n geheel laten zakken.


Clippers op drums

Je snare klinkt even hard als die van een professionele track, maar de transient schiet een tiental milliseconden zo hard de hoogte in, dat je een peak van 6db krijgt over de 0db. Bummer. Een limiter erop zetten helpt niet, want je transient verdwijnt als sneeuw voor de zon. Het antwoord: clip it! Zet een sausage fattener, psp mixsaturator, … erop, enfin, alles wat je sound clipt zonder het te hard te distorten. Voer nu het volume voor de plugin omhoog (soms kan dat ook via de plugin zelf), totdat je sound té platgedrukt begint te klinken. Schroef terug naar smaak. Done!

Clippers op bass…

zullen in de lagere frequenties niet veel helpen. Wat een clipper doet is je golfvorm platdrukken. Een sine, zoals die in de bassregio vaak voorkomen, wordt al snel een square, met dus de nodige overtones. Een bass maak je dus het beste wat krachtiger door goed te layeren, in plaats van er te veel effecten op te zetten.

Clippers op leads

Leads bevinden zich meestal in de hogere frequentiegebieden, dus die gaan vrij goed reageren op clippers, maar het minder nodig hebben. Je kan een clipper als einde van je pluginreeks zetten om er zeker van te zijn dat je track niet clipt.

Een clipper op je master out

Vaak zetten EDM-producers een clipper op hun masterchannel, zelfs al vanaf ze aan een track beginnen werken. Op die manier kunnen al je tracks op zich clippen, maar houd je je track toch onder de 0db. Die tracks zien er dan zo uit:

Ze zijn als het ware afgesneden aan 0db. The loudness war in al z’n glorie.

Volgorde van je effecten

Dé volgorde bestaat niet, maar toch zijn er een aantal regels. Dit kan een leidraad zijn:

Distortion – subractive eq – compressie – additive eq – reverb – filter -clipper.

Je distortion komt eerst. Een eq voor een distortion gaat al snel slecht klinken, en de distortion draagt echt bij tot je coresound. Daarna volgt subtractive eq, eq waarbij je gaat cutten ipv te boosten. Snijdt op elke niet-basstrack je lage frequenties weg, en haal de spikes uit je sound. Zeker na een zware distortion moet je goed equalizen. Daarna eventueel nog wat compressie, en dan mag je beginnen boosten met je eq. Je reverb kan je daarna gebruiken, maar natuurlijk kan je je track ook naar een reverb send sturen. Voor instrumenten eventueel nog een filter om je transition cool te maken, en op het einde houd je alles onder controle met een clipper. Natuurlijk moet je met deze volgordes experimenteren, en zien wat voor jou het beste is.